De U.S. Capitol

16 aug 2010, 20:14

Na meer dan een week in South Carolina geweest te zijn was het tijd voor de volgende stop: Mt. Airy, North Carolina, waar Charles G. Brinkley opgroeide. Het werd een soort van familiereunie met veel mensen waar ik nog nooit van gehoord had. Het verblijf in Mt. Airy was maar kort, want donderdag werd ik ergens verwacht, namelijk in Arlington, Virgina voor de jaar lijkse reunie van de 80th Division veteranenorganisatie. Donderdagavond kwam ik, met 2 uur vertraging, aan op het vliegveld van Washington, de hoofdstad van de USA, dat tegen Arlington aan ligt.

Mijn verblijf in Arlington werd in zijn geheeld betaald door leden van de 80th Division die mij graag bij de reünie wilden hebben. Tijdens het familiediner op vrijdagavond zou ik zelf een presentatie geven over hetgeen wat ik doe: het adopteren van Amerikaanse oorlogsgraven. Tijdens de reünie zou ik voor het eerst ook de familie van Lawrence F. Shea ontmoeten, die speciaal daarvoor uit Pennsylvenia zou overkomen. Tussen de activiteiten van de reünie door zou er tijd zijn om naar Arlington en Washington D.C. te gaan. IEts wat je natuurlijk niet mag missen als je er zo dicht bij in de buurt bent, zelfs zo dichtbij dat je de U.S. Capitol Buidling vanuit je raam kan zien.

De eerste mogelijkheid was op vrijdag na de buisnessmeeting. In deze meeting werden enkele besluiten genomen en de financiële situatie van de de association uitgelicht. Veel begreep ik er niet van en toen ik mee moest doen in een stemming, stemde ik maar op de enige naam die ik kende. Na de meeting werd ik door een familielid van een veteraan meegenomen voor lunch met de veteraan zelf en daarna met hem samen naar de National Cemetery Arlington.

Op de begraafplaats zijn meer dan 300.000 veteranen, soldaten, familieleden en enkele andere belangrijke personen zoals oud-president John F. Kennedy begraven. De begraafplaats was laatst nog in het nieuws voor het feit dat 6.600 mensen in het het graf waren begraven. Ook op de begraafplaats de "Tomb of Unknown Soldiers". De overblijfselen van een onbekende soldaat uit zowel de Eerste als Tweede Wereldoorlog als de Korea-oorlog zijn daar begraven. De tombe wordt bewaakt door een soldaat uit de Honor Guard, een speciale eenheid hiervoor. De tombe en de wisseling van wacht trekken veel bekijks. De preciesie waarmee de wisseling gebeurt is indrukwekkend. Op de begraafplaats kan je uren, waarschijnlijk zelfs dagen, rondlopen op zoek naar graven van o.a. bekende personen in een doolhof van graven. Na enkele uren hadden onze voeten het echter gezien.

Die avond vond het familiebuffet plaats. Familieleden van veteranen en enkele veteranen zelf zijn aanwezig bij dit buffet. Het aantal veteranen uit WO2 aanwezig bij de reünie neemt helaas af door sterfgevallen en ziekten. Na het buffet was het mijn beurt om een presentatie te geven. Eigenlijk heb ik het niet zo op presentaties en zeker niet in het Engels, maar naar mijn idee ging het redelijk. De reactie van de 'dinnerleider' was zelfs "Wow" en dat maal twee. Na afloop mocht ik vele complimenten in ontvangst nemen, heb ik wat vragen kunnen beantwoorden en werden er meer foto's van mij gemaakt ik een paar minuten dan in een heel jaar. Een wat oudere vrouw vroeg of haar kleinzoon met mij op de foto mocht. Nou ja, vooruit dan maar... Het geeft weer eens aan hoe erg mensen ons werk waarderen. Ik was blij dat de familie van Lawrence F. Shea onder de indruk was, aangezien ik ook iets over Lawrence verteld had.

De volgende morgen vond de Memorial Servince plaats. Deze ceremonie was ter ere van de mannen van de 80th Division die tijdens de oorlog omkwamen, maar ook voor de veteranen die sindsdien zijn overleden, met nadruk op degene die sinds de laatste reünie zijn overleden. Per onderdeel van de divisie worden hun namen opgelezen, veteranen uit dezelfde eenheid staan daarbij op. Het is een indrukwekkend gezicht. Ook o.a. het Amerikaanse volkslied, gebeden en een kranslegging maken deel uit van de ceremonie die ongeveer een uur duurt.

Na de ceremonie was het tijd om Washington zelf in te gaan, eindelijk!, met de Shea familie. Veels te weinig tijd om alles te zien natuurlijk, maar in die zes uur die we hadden hebben we geprobeerd zoveel mogelijk te zien. En het meeste wat je gezien moet hebben als je in Washington bent, hebben we gezien: het Witte Huis, Washington Monument, World War 2 Memorial, Korean War Memorial, Vietnam War Memorial, Abraham Lincoln Memorial en de U.S. Captiol. Vermoeid, maar voldaan, kwam ik om half zes terug in het hotel aan, waar ik om zes uur voor het afsluitende banket werd verwacht. Snel afscheid genomen van de Shea familie, die weer op weg naar huis ging.

Die avond was iedereen chique gekleed voor het banket: veteranen en familie en vrienden, op dit moment dienende soldaten in de 80th Training Command, wiens veteranenorganisatie is samengevoegd met die van de 80th Division, en hun familie. Gezien de leeftijd van een groot deel van de aanwezigen geen dansvloer voor na het diner, zoals bij een banket gebruikelijk is. Gelukkig maar, want ik bak er niks van. Tijdens het diner praat ik zo nu en dan eens met een veteraan die naast mij zit en een paar ervaringen met mij deelt. Na het 3-gangendiner was er nog een presentatie van Brigadier-generaal (2 sterren) McLaren over de oorlog tegen terrorisme, want dat is de benaming voor de huidige oorlog in Irak en Afghanistan. Na zijn presentatie volgde nog verscheidene uitreikingen. Enkele mensen werden naar voren geroepen hiervoor, waaronder ik. Veteraan Dorsten, wie ik vorig jaar ook al had ontmoet, overhandigde mij een sieradenkistje van de 80th Division, ontworpen door zijn dochter. Een staande ovatie voor mij volgde nadat hij mij geïntroduceerd had. De uitreikeningen warne ook één van de laatste dingen van die avond en van deze reünie. Ik nam afscheid van enkele mensen en bedankte enkelen voor het mogelijk maken van mij komst.

Met het eind van de reünie zat mijn verblijf in Amerika er ook bijna op. De volgende ochtend nog wat ingepakt en uitgecheckt in het hotel. MEt de shuttle naar het vliegveld van Washington voor mijn vlucht naar Minneapolis, daar vandaan vlieg ik naar Amsterdam. De tweede trip naar Amerika is alweer voorbij. Time flies when you're having fun.
Amerika, hopelijk tot snel.

De eed

11 aug 2010, 00:46

Het Nederlandse volk schaart zich massaal achter het Nederlands elftal tijdens EK's en WK's. Het land is één, één grote kolkende oranje massa. We zijn trots, trots op Nederland. Maar zodra deze kampioenschappen zijn afgelopen is het gevoel van saamhorigheid verdwenen, het rood-wit-blauw is weer weg uit het straatbeeld en geen gek uitgedoste Nederlanders meer op straat. Het gewone leven gaat weer zijn gang en van vaderlandsliefde (of pattriotisme) is nog maar weinig te merken.

Amerika is een grootnland, een groot land met problemen. Het percentage Amerikanen dat in armoede leeft is groot, wat weer resulteert in veel criminaliteit. Een ander probleem is zwaarlijvigheid. Hoeveel Amerikanen ik wel niet naar de counters heb zien waggelen, terwijl ze al het formaat van een pasgeboren olifant hebben. Discriminatie is één van de andere problemen. Het was deze week nog in het nieuws: een zwarte werknemer doodt 8 van zijn collega's en verwondt 2 andere voordat hij zelf zelfmoord pleegt. De 'melting pot' in de USA is nog niet voltooid. In de politiek kibbelen de Democraten en de Republikeinen heel wat af en eens zijn ze het bijna nooit.

Ondanks de vele problemen in het land is er wel iets dat veel Amerikanen met elkaar verbindt: het land zelf en hun liefde daarvoor. Vaderlandsliefde oftewel pattriotisme is op veel plekken te zien. De Amerikaanse vlag is overal terug te vinden: bij huizen, bedrijven, overheidsgebouwen, scholen en winkels. Van kleine Amerikaanse vlaggetjes op prikkertjes in de taart tot vlaggen groter dan een vrachtwagen. Je vindt ze ook in de klaslokalen naast het schoolbord en ik herinner me een vlaggetje aan de wandelstok van een veteraan die ik vorig jaar ontmoette. Is het niet in de vorm van een vlag, dan is de Amerikaanse vlag wel ergens op een sticker, iemands brettels of op een nummerbord te vinden. Men gaat het leger in om het vaderland te dienen. Op de scholen zijn vakken, niet alle, gericht op Amerika. Amerika is belangrijk, men is trots op Amerika en men houdt van Amerika. Het is dé bindende factor.

Ik zei het al: de Amerikaanse vlag is belangrijk, de vlag is heilig en overal is de 'Stars and Stripes' te vinden. Schooldagen worden begonnen met het trouw zweren aan die vlag, de 'pledge' wordt het ook wel genoemd. Niet alleen op school gebeurt, zo was ik gisteren bij de vergadering van de Spartanburg County Council, waarin de representatives voor de county (gemeente) in de House of Representatives in South Carolina bijeenkomen. Een zaal vol met burgers erbij. En als de vergadering wordt geopend, begint men de eed van trouw aan de Stars and Stripes of eigenlijk het land. Stomverbaasd stond ik tussen ongeveer 100 mensen die met hun hand op de borst de eed uitspraken. Ik was als Nederlander waarschijnlijk de enige die het niet kende, maar het de eed gaat als volgt:

"I pledge allegiance to the flag of the United States of America and the republic for which it stand. One nation, under God, indivisible with liberty and justice for all."

Zo goed als wij het volkslied kennen, zo goed kennen zij deze tekst.

De United States of America: het land der pattriotisme.

Verwacht er niet te veel van

8 aug 2010, 04:16

In de weken voorafgaand aan mijn trip naar de Verenigde Staten of Amerika zei de vrouw waar ik zou verblijven, en tevens dochter van Charles G. Brinkley wiens graf ik heb geadopteerd, verwacht niet te veel van deze trip. Verwacht niet weer die eer die je vorig jaar kreeg in de State Capitol van Kentucky en de op de Amerikaanse militaire basis Fort Knox. Dat zou dit jaar niet weer gaan gebeuren. Ik verwachtte ook niet dat dat dit jaar weer zou gaan gebeuren. Ik kwam enkel weer naar de USA, omdat ik het land geweldig vind. Waarschijnlijk wilde ze mij gewoon met haar e-mails misleiden, zo blijkt nu.

Al voordat ik vertrok had ik wat vermoedens dat er meer zou gebeuren dan dat zij mij verteld had. David Stephens, journalist, vertelde mij over een lunch, die ter ere van mij georganiseerd zou worden en de lieftallige echtgenoot van de vrouw waarbij ik verblijf had ook moeite om zijn mond te houden. Dus ik had wel wat vermoedens, maar wat precies wist ik niet, behalve die lunch dan en ze hadden mij ook verteld dat we naar de State Capitol zouden gaan en ik dacht al dat daar mij wat te wachten te stond. Guess what? I was right.

Gisteren was het dan zover. Gekleed in mijn typische Amerikaanse broek en poloshirt waarin ik eigenlijk niet gezien zou willen worden in Nederland, gingen we in een volgepakte auto op weg naar Columbia, de hoofdstad van de staat South Carolina en waar dus ook de State Capitol zich bevindt. Daar ontmoetten we Representative Rita Allison, die daar in de House of Representatives zit, voor een rondleiding door de State Capitol. In de House of Representatives kwamen de verassingen tevoorschijn: de vlag van South Carolina die op het State Capitol gewapperd had en een certificaat namens de House of Representatives als een dank namens de staat voor het werk ik doe. Daarna met z'n allen gegeten in een wat duurder restaurant dan alle fast-food ketens in de Verenigde Staten. Het was eigenlijk te veel eer, zeker na alles wat vorig jaar georganiseerd was. Maar de dag op State Capitol was nog niets in vergelijking wat er de dag daarna zou komen.

Met de vriendschapspin met zowel een Amerikaans als Nederlands vlaggetje opgespeld en toch enigszins zenuwachtig voor die lunch die voor mij georganiseerd was gingen we op weg. Ik had geen idee wat ik ervan moest verwachten, ik wist ook niet wie en hoeveel mensen er zouden zijn. Als ik de auto uitstap zie ik een groep vrouwen buiten het restaurant staan, als we naar beginnen gaan zie ik verschillende mannen in een outfit van de American Legion in Boiling Springs. De American Legion is een veteranenorganisatie en deze mannen zijn dus veteranen. Als ik op hun caps kijk zie ik dat ze in verschillende oorlogen hebben gevochten: Korea, Vietnam en ook de Tweede Wereldoorlog. Ik kom niet voor hen, maar zij zijn hier voor mij.

Ik krijg een plaats aangewezen aan de tafel. Ongeveer half van het restaurant zit vol met mensen, die voor mij, een 17 jarige jongen uit Nederland, zijn gekomen. Toen ik zat kreeg ik even snel de kans om te kijken naar het programma dat op programma lag. Ik zag dat er verschillende presentaties op het programma stonden: o.a. van de Representative in de House of Representative in South Caroline Steve Parker, de American Legion Post 200, Spartanburg County, Frank Montogomery Disabled American Veterans Chapter 3, Military Order of Purple Heart Chapter 1781 en de de Blue Star Mothers. Daarna was het veel handen schudden en met mensen op de foto's. Ik werd beschouwd als een beroemdheid en dat enkel voor het doen voor zo iets kleins, zo'n klein gebaar in vergelijking met wat de veteranen en zij die het niet overleefden vele jaren geleden.

Na een openingswoord van David Stephens, journalist, veteraan en organisator van de lunch, en een gebed begon het overhandigen van diverse plaquettes, certificaten en een vlag die boven de US Capitol in Washington wapperde. Een van de certificaten werd overhandigd door een veteraan in een rolstoel voor de Frank Montgomery Disabled American Veterans Chapter 3. Hij zat in een rolstoel, want hij miste een been. Oorlog heeft voor veel soldaten gevolgen voor de rest van hun leven. Een ander certificaat kwam van de Blue Star Mothers, een organisatie van moeders van wie kinderen op dit moment in het leger dienen. Hopelijk komen hun kinderen veilig terug.

Een grote taart werd voor mij binnen gebracht, vol met Amerikaanse en Nederlandse vlaggetjes. De laatste had hij op internet moeten kopen. We blijven een klein landje, he? Toen was het woord aan mij. Niks voorbereid hebbend, ik zei wat op dat moment in mij opkwam. Een ding wilde ik in ieder geval zeggen: "ik ben niet de enige die dit doe. Op de Amerikaanse Begraafplaats zijn namelijk alle 8.301 graven geadopteerd." Applaus was er voor dat.
Daarna was het tijd voor de lunch en natuurlijk een stuk gebak. Nog mogen spreken met verschillende mensen, waaronder een veteraan die zowel in de Tweede Wereldoorlog, de Korea-oorlog en in Vietnam heeft gevochten. Een jongen vroeg of ik in zijn moeders auto wilde rijden. Een snelle wagen, maar hij wist niet dat ik geen rijbewijs had. Hij was duidelijk gefascineerd met auto's, want hij kon er niet over stoppen. Hij zei dat ik naar de autoshow moest gaan die vandaag plaatsvond, hij wilde zelfs mijn ticket betalen. Dat hoefde natuurlijk niet, maar wel aardig van hem.

Vandaag en gisteren waren dagen waar ik niet van had verwacht dat ze plaats zouden vinden, maar ik voel me opnieuw vereerd en ben blij dat ik dit allemaal weer heb mogen meemaken. Nu alles maar weer laten bezinken en genieten van de tweede en laatste week in de USA, waarin nog veel op het programma staat. Wat het mij brengen zal? Ik heb geen idee. Ik laat het gewoon gebeuren.

Nice to meet you

6 aug 2010, 03:43

Voor ons, adoptanten van de graven van Amerikaanse soldaten die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog, is het verzorgen van deze graven redelijk. Het is normaal dat wij iets terug doen voor de mannen, die hun leven voor onze vrijheid, voor hen die zoveel opofferden. In de Verenigde Staten wordt het meer dan waar dan ook gerespecteerd dat mensen zoals wij dit doen. Meer dan wij kunnen voorstellen.

In Amerika speelt het leger een grote rol. In veel families is er wel teminste een persoon die dient of anders kennen ze wel iemand die dient of gediend heeft. De mensen zijn hier trots op de mannen en vrouwen die in het leger dien(d)en. Voor (oud-)soldaten heeft men het grootste respect. Iets wat soms in Nederland ontbreekt. Men klaagt liever of het feit dat soldaten in Afghanistan zitten dan dat ze deze soldaten support geven. Bij sommigen ontbreekt het respect zelfs zo erg dat ze zelfs durven te klagen bij overlijdensberichten van soldaten. Gelukkig wordt er ook respect getoond op dagen als Veteranendag. Het applaus voor soldaten en veteranen is hartverwarmend. Maar het leger is lang niet zo belangrijk in Nederland als in Amerika.
Het grote belang van het lerger in Amerika is waarschijnlijk ook de reden waarom Amerikanen zo onder de indruk zijn en zo dankbaar zijn als ze horen wat mensen zoals ik doen in Europa: het verzorgen van de graven van Amerikaanse soldaten. Ze zijn blij dat deze Amerikaanse mannen niet worden vergeten en ze zijn blij dat er mensen zijn die waarderen wat Amerika voor ze heeft gedaan tijdens de oorlog. Het betekent veel voor ze, heel veel.

Dat het veel voor Amerikanen betekende, merkte ik al op tijdens het doen van onderzoek naar de soldaten wiens graven ik heb geadopteerd. Er zijn Amerikanen die je helpen met je onderzoek waar ze kunnen, anderen laten een berichten achter om je te bedanken. Het meest dankbaar zijn natuurlijk nog de families van deze mannen. Uit het contact met deze families zijn vriendschappen ontstaan en die hebben ertoe geleid dat ik nu opnieuw in Amerika ben.

Hier in Amerika wordt het enkel nog meer duidelijk wat het voor Amerikanen betekent dat er mensen omkijken naar de graven van Amerikanen. Een journalist, die zelf ook onder de inruk was en zelf voor meer dan 20 jaars in de marine diende, vroeg mij eergisteren: "Do you understand what it means to us?" Ja, dat wist ik. Ik wist het uit het contact met de dochter van Pvt. Charles Brinkley, bij wie ik op dit moment verblijf en door de vele mensen die ik ontmoet heb de afgelopen dagen. "Nice to meet you" hoorde ik vaak en "Thank you" voor het doen wat ik doe. Vandaag waren we even in de kapsaloon van Wanda, een vriendin van de vrouw bij wie ik verblijf. Ze ' kende' mij, zaosl zoveel anderen, en wiste wat ik deed. Ze wist eigenlijk niet zo goed wat ze moest zeggen, maar ze wilde wel even een foto van mij en de dochter van de soldaat hebben. Twee dagen eerder ontmoette ik een Korea veteraan, die bij de American Legion zat, een organistatie van veteranen. Hij had een klein voor mij: een mok van South Carolina. Hij wilde een foto van mij en hem op het moment dat hij mij de mok overhandigde, een wegwerpcamera had hij ervoor bij zich.

Er is een gezegde dat als volgt gaat: "Het zijn de kleine dingen die het hem doen." Het gaat waarschijnlijk hier op. Het adopteren van een graf is maar een klein ding in vergelijking met wat deze soldaten opofferden, maar voor Amerikanen betekent het heel veel, zeker voor de families. Iets wat je je echt realiseert wanneer je in Amerika bent.

Amen

2 aug 2010, 03:56

Ik geloof dat Hardinxveld-Giessendam toch wel in de Bible Berlt ligt in Nederland. Zeker als je op een zondag rondkijkt op de straat: overal zie je zwarte kousen. Nergens anders kreeg de SGP zo groot percentage van de stemmen tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen als in in Hardinxveld-Giessendam. Je kan dus wel stellen dat ze in mijn woonplaats gelovig zijn, ook mijn oma is. Zelf had ik nog nooit een kerkdienst bijgewoond. Dat was dan ook de reden voor de mensen waar ik verblijf in de Verenigde Staten om mij mee te nemen naar hun kerk.

Zondagmorgen werden we welkom geheten bij de First Baptist North Spartanburg kerk. Daar sta je dan in je nette pak. Overal werd ik geintroduceerd als de Sebastiaan Vonk, spreek de naam uit met een Amerikaans accent, uit Nederland, die voor het graf van mijn vader zorgt. Ik ben namelijk bij de dochter van Charles G. Brinkley, een Amerikaanse soldaat die tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwam en nu in Belgie is begraven. Sinds enkele jaren verzorg ik zijn graf. In de Bible Class kreeg ik zelfs een applaus na een korte introductie. Teveel eer eigenlijk voor zoiets simpels als ik doe.

Ik had eigenlijk geen idee wat ik van een Bible Class, de naam van deze was New Beginnings, moest voorstellen. Ik wist alleen dat het een groep mensen zou zijn die gezamenlijk bidden. Dat deden ze ook. Bij binnenkomst in het zaaltje kregen we een lijst met namen waarvoor mensen uit de groep een gebed hadden aangevraagd. Op de lijst o.a. Owen Webb, die in Afghanistan zit en Barry Boyce, die aan kanker lijdt. Hij is een van de vele die vanwege kanker op de redelijk lange lijst staan. Het is een class, klas dus, en daarom worden er ook elke week lessen over het geloof gegeven. Mensen hebben zelfs een 'schoolboek' bij zich. Vandaag werd er gesproken over integriteit: doe je wat goed is (volgens god) of doe je wat jezelf beter doet voelen, maar eigenlijk verkeerd is? De les over integriteit is een van de vele lessen in het schoolboekje, voor elke week 1 en allemaal gerelateerd aan het geloof.
Na deze Bible Class was het tijd voor de werkelijke kerkdienst. Het zou mijn eerst en gelijk ook een Amerikaanse. Ik had geen idee wat ik van deze kerkdienst, die ook op de lokale TV werd uitgezonden, kon verwachten. De dienst stond onder leiding van pastoor Michael Hamlet. Ik moet zeggen dat het gezang indruk op mij maakte, zeker het nummer Something Happens. De overtuiging waarmee het nummer werd gezongen en hoe mensen in het nummer opgingen, dat was werkelijk indrukwekkend.

De pastoor sprak over het feit dat, volgens hem, het lijkt alsof moslims en joden steeds meer mogen zegen, terwijl christenen steeds meer beperkt worden in hun geloof en dit niet meer kunnen uiten. Hij sprak ook over wat mensenlijk werkelijk gheloven. Wat ze werkelijk geloven is namelijk niet alleen wat ze zeggen te geloven, maar ook wat ze doen bepaalt hun geloof. Zijn verhaal kon mij wat minder boeien eigenlijk. Wat mij opviel is dat deze Amerikaanse kerkdienst eigenlijk op het gezang na niet lijkt op de Nederlandse diensten die ik op TV heb gezien. Geen kerkelijke gewaden voor de pastoor. Gewoon een man in pak.

Voor veel mesen als ik betekent het geloof niets, maar voor veel andere speelt het een belangrijke rol in hun leven. Bij een kerkdienst of een Bible Class wordt het duidelijk hoe belangrijk het geloof is voor sommige mensen. En het was bijzonder om dat een keer van dichtbij te zien.

Le Tour de France

4 jul 2010, 19:34


De Tour de France zal waarschijnlijk nooit zo populair worden als het WK voetbal, waarbij de wedstrijd van Nederland tegen Brazilië meer dan 11 miljoen kijkers trok. Ook mij kan wielrennen eigenlijk niet zoveel boeien. De Giro d?Italia en de Vuelta laat ik aan mij voorbij gaan. Ik zal ook geen flauw idee hebben door wie deze rondes zijn gewonnen. Maar bij de Tour de France ligt dat anders. 



Bij de Tour de France denk ik altijd aan vakantie. Niet meer dat dagelijkse geleuter op school, gewoon niks doen, enkel kijken naar wielrenners als Mc Ewen, Hushovd en niet te vergeten de enige echte Armstrong, die op hun fiets het Franse landschap doorrijden. Als de Tour de France is begonnen, weet ik het zeker: de vakantie is begonnen. Het gevoel zal waarschijnlijk voort zijn gekomen uit het feit dat ik de Tour vroeger altijd op vakantie volgde. Maar ook de Tour kan mij niet urenlang boeien, eigenlijk enkel het laatste uur: weten de ontsnappers het peloton voor te blijven?

De Tour de France, oftewel de Ronde van Frankrijk, is niet altijd zo Frans als de naam doet voorkomen. Vorig jaar vond de proloog nog plaats in het Engelse Londen, dit jaar vindt die proloog plaats in ons kikkerlandje. De Tourstart, le Grand Départ, vindt plaats in havenstad Rotterdam dit jaar op 3 juli. Vanuit diezelfde stad zal een dag later het peloton vertrekken voor de eerste etappe die naar het Belgische Brussel zal gaan. De start van zo groot sportevenement, zo dicht bij huis mag je eigenlijk niet missen en dat ben ik dan ook niet van plan.

 

Ik heb geen zin om uren te wachten om voor 10 seconden een glimp van het peloton op te kunnen vangen en besluit daarom om naar de proloog te gaan op zaterdag 3 juli. Ik zal dan maarliefst 3,5 uur lang getrakteerd worden op wielrenners die zich het schompes fietsen om een goeie tijd neer te zetten op het 8,9 lange parcours dat hen o.a. over de Erasmusbrug brengt. Na een week van exotische tempraturen en zonneschijn is natuurlijk precies voor die zaterdag de weersverwachting slecht: kans op zware onweersbuien. We moeten het er maar mee doen. Het zal voor mij de pret niet gaan drukken. 

Aangezien er honderdduizenden mensen verwacht worden, besluit ik maar om een paar uur voor de start van de eerste renner naar Rotterdam te gaan om de grote mensenmassa voor te zijn en zodat ik ook dan ook nog voor het begin naar de start/finish kan gaan. Eigenlijk mislukken beide: in de treinen is het al bomvol en bij de Erasumusbrug staan ze al rijen dik. Ik zie daar ook al de reclamekaravaan van de Tour voorbij komen. Ik loop verder richting de start/finish die lopend toch wel wat verder blijken dan gedacht. Ik haal de eindstreep bij lange na niet. Net voorbij de boog die aangeeft dat het nog 2 km is tot de finish stel ik mij op bij het hek. Ik heb in ieder geval een eerste rang plek en zie de renners tevens 2x voorbij komen: 1x aan elke kant van de weg.

 

Niet lang nadat ik ben gaan staan kwam de promotiekaravaan mijn positie voorbij. Ik had zoals altijd weer veel 'geluk': de wagens reden of door of er werd iets natuurlijk net achter mij of naast mij gegooid, waar het gretig door anderen werd weggegraaid. Na de promotiekaravaan volgen nog enkele renners die voor het laatst het parcours verkennen. Ik schiet nog wat plaatjes van ze, maar als niet-kenner heb ik eigenlijk geen idee wie het zijn. Van mij mag de Tour ook wel gaan beginnen nu. Ik sta al bijna 2 uur te wachten en krijg dan ook al last van mijn voeten. Tot overmaat van ramp is het ook al begonnen met regenen. Tijd voor een paraplu en regenjas.

Uit het commentaar dat ik hoor uit de speakers, wat gelukkig ook nog in het Nederlands was en niet enkel in het onverstaanbare Frans, begrijp ik om 16.15 dat de eerste renner is vertrokken. Ik sta klaar met mijn Canon spiegelreflex om foto's te maken van deze eerste renner genaamd Mayos als ik mij niet vergis. Ik zie een motor met zwaailichten aankomen en niet veel later komt hij er dan aan. Ik moet veel moeite doen om een goeie foto te maken aangezien hij met grote snelheid voorbij raast. 191 andere renners zullen volgen. Veel gejoel en applaus is er voor de bekendere renners en de natuurlijk ook de Nederlandse renners als Tankink en Gesink. Naast mij staan een fanatieke vader en zoon, en een dochter en een moeder die zijn meegesleept, te klappen en te juichen voor bijna elke renner en daarvan ook de voornaam kennen. Ikzelf heb van de meeste namen nog nooit gehoord, maargoed ik ben ook maar een leek in wielrennen.

 

Van vele renners die aan mijn kant van de weg langskomen maak ik foto's. Als het niet regende tenminste, want het regende behoorlijk veel die middag. Op het punt waar ik sta zijn ze nog maar 2 km van de finish verwijderd. Aan hun gezichten is duidelijk af te lezen dat de tijdrit zwaar is en hen veel kracht kost. Ook twee bebloede renners zie ik voorbij komen, niet iedereen komt er zonder kleerscheuren van af. Als ik mijn lens verwissel schiet vol enthousiasme het stofkapje daarvan het parcours op en natuurlijk kan ik daar niet bij om het op te rapen. Ik krijg het nogal benauwd, zeker als een renner er maar op een paar cm na er bijna overheen rijdt. Met wat gebaren weten anderen de aandacht van een beveiliger op het dopje te richten die het voor mij opraapt. Daarna wissel ik nog maar 1x van lens en doe dat voorzichtig, heel voorzichtig...

Het maken van foto's gaat mij sowieso niet altijd goed af. Ik merk dat een deel van de foto's bewogen is door de grote snelheid waarmee de renners voorbij komen of ik ben te laat om een renner op de foto te zetten, omdat mijn aandacht gericht is op of de overkant van de weg of één van de vele helikopters die boven de stad hangen om de Tour te registreren. Uiteindelijk heb ik toch nog namen als  Cavendish, Mc Ewen, Tankink, Popovych, Fletcha en Sastre op de foto weten te zetten.

 

De echte grote namen als Armstrong en Contador zijn pas op het einde aan de beurt en waar ik van de onbekendere renners genoeg foto's hebben kunnen maken, lukt het juist van hen niet goed, omdat het publiek zover over de hekken heen is gaan hangen dat ik de renners niet meer aan kan zien komen. Ze zijn voorbij gereden voordat ik het doorheb. Gelukkig heb ik nog wel een foto kunnen maken van het handvat van het stuur van Armstrong?

Contador is de laatste renner en als hij voorbij is besluit ik om alsnog naar de start en finish te lopen. Er wordt al druk afgebouwd langs het parcours. Het circus genaamd de Tour de France trekt namelijk morgen alweer verder, veel rommel achterlatend in de stad. Ik kom langs de VIP-plekken die een prima zicht hadden op het gebeuren. Een grote massa dringt zich naar de finish toe om te kijken of daar nog iets te zien is. Het podium waar de truien worden uitgereikt kan ik niet vinden en besluit dan, nadat ik iemand een poging tot zingen heb horen doen op een groot podium nabij de finish, om terug te gaan naar het station. Onderweg kom ik nog kraampjes tegen die merchandise verkopen van de Tour, maar de prijzen daarvan doen mij besluiten om mijn geld in mijn zak te houden.

   

Er wordt druk opgeruimd en afgebouwd als ik terugloop naar het station, een wandeling van meer dan een uur. Ik vind het knap dat ik nog de weg terug weet in deze stad. De meeste mensen zijn al weg. Een vrouw roept naar me en vraagt of ik het naar me zin heb gehad. "Ja hoor", roep ik. Mijn voeten hebben het na 7 uur staan en lopen wel gehad en zijn dan ook blij als ik dan eindelijk in de trein zit op weg naar huis.

De Tour de France 2010 is begonnen en zo ook mijn vakantiegevoel. Helaas, moet ik nog een paar weken wachten, voordat ik zelf weg mag. Ik ben in ieder geval wel in de stemming nu. Viva l'été!

England May ´10: Flatford and London

21 mei 2010, 22:26

If you have never been to a country before you don't know what to expect. What will the country be like? What will the people be like? I'm visiting the United Kingdom, or just England as we Dutch people call it, in May 2010 for the first time. Another country after the USA last year to explore. We will be staying in Flatford for a few days and then we will move on to London, a city which is much bigger than the Dutch capital Amsterdam. We will stay there for a few days before we will leave for home on Wednesday evening. The day before I leave for England I'm done packing: I'm ready to go.


We leave on Friday May 14th. Its going to be a long trip. Firstly, we will go by bus to the harbor in Hoek van Holland, where we will take the ferry to Harwich. From there we will take the train to Manningtree Station and from there we will go to our accommodation in Flatford. We will stay in Willy Lott's House. The building is famous as it was painted by the famous English painter John Constable in the beginning of the 18th Century. The building can be found on his painting called the Hay Wain.


Leaving the Netherlands for England

From Hoek van Holland to Harwich was a 7 hours' boat trip. We were enjoying ourselves in the beginning: just walking around on board, checking the stuff they were selling in the shop and sitting down outside on the top deck, enjoying the sun. But after an hour or two we started to get bored. There was not much to do on board, except of going to the cinema, but that didn't play any good movies. We decided to buy some playing cards and had some games, we just kept walking around and watching Discovery Channel as we had nothing else to do. I wished I had taken some books with me to read. After dinner things got better: we had funny playing games and some of us went to see a movie in the cinema. After the movie we all went to top deck to see the first sights of England (or the UK as you might prefer). We were finally approaching England.

After getting off the ferry we took the train from Harwich Int. Station to Manningtree station. When I arrived on the platform I immediately noticed some differences to the platforms on Dutch stations. Like the TV screens with the journey details and the huge clock (like a timer), where we just have regular clocks.

From Manningtree Station we were transported by small buses to Flatford. Quite an experience for us as the driver's seat is at the right side and they drive at the left side of the road. That was weird for us Dutch people to see as we are used to the opposite. In Flatford we were shown the important places and then it was time to settle down in Willy Lott's House, getting ready for our first night there. It turned out to be a night with only a few hours of sleep for me. It kept being busy in our room and in the living room, which was next to ours.


Willy Lott's House

The next morning I had for the first time a typical English breakfast with beacon, toast and more stuff of which I can't remember the names. I should probably have written it down. It was some kind of potatoes. Anyway, I felt kind of sick after it. I guess I am just not used to this kind of breakfast.

I was looking forward to the activities that had been planned for this day. We would meet some students from the Colchester Sixth Form College. They would show us around Colchester, a "city" that can be compared to Dordrecht in Holland. We were divided in small groups. Every group was joined by a few students from the college who would accompany the rest of the day.

Together with three of my mates we went with Bradd and Lindsey into the city. There we had to make some exercises. It was a bit awkward in the beginning as we all had to overcome our shyness. It was of course for us not very common to speak English, but we did get better along as time passed while making the exercises. It was interesting to see an English city and lots of English people, including peers. It is funny that when you compare things to how they are like in the Netherlands, you see quite many differences. I am not going to name them all, but to give one example: they way many girls dress here is really different to the way they do in the Netherlands. I cannot remember having ever seen so many short skirts and people who dyed their hair. It is just an example of the things we noticed that day. After finishing the exercises we went to Colchester Castle where all groups would meet again. Obviously, everyone had enjoyed this day: both we and the students. After exchanging email addresses, taking lots of photos, we finally had to see goodbye.


Colchester

We went back to Colchester Station and while we were walking down a hill, one of my mates fell twice. It was obvious that she had a lot of pain and wasn't able to walk anymore. They took her to hospital where it turned out that she had broken her ankle and that she had to undergo a surgery, which she would have the next day. Her trip was abruptly over within one day. A shame for her.

The others of the group went back to Flatford where we had dinner, which I didn't really like to be honest. I did only like the brownie! After we had given presentations about today's experiences we went in the evening to something we should really have seen according to our teachers: a real English pub. We went to one that was on a short distance from Flatford and which was called the Kings Head. Some started to play the piano, a few immediately went to get something to drink and others had a few pool games. Not everyone seemed to thoroughly enjoyed themselves and were glad that we left around 11 o'clock. When we got back in Flatford I decided to call it night early as I needed some sleep after the first night, which was a short one for me.

The second day started again with a typical English breakfast and again at 8.15 AM, which was way too early for those who had stayed up till late at night. After breakfast we got ready for our walk with Steve Flowerday, who we had already met in Colchester the day before. He teaches Environmental Science to the students we had hang around with on the same day as we had met Steve. During our walk we visited various places related to the famous John Constable. Mainly places where had made some of his paintings. Other than that we went to the towns of East Bergholt and Dedham. In Dedham we were finally allowed some time for lunch and to buy some food at the local shop.


Dedham

Both places were by the way related to John Constable. In East Bergholt he bought his first studios and he went to Grammar School in Dedham. I have to say that I did enjoy the walk more than I thought I would do on forehand. However, I didn?t really like the drawing as I am a very bad drawer. Some of the others reckoned my talent for drawing or actually the lack of it.

After hours of walking we came back in Flatford, where we were allowed to have a break, before we had to work on our presentations on English newspapers and the differences with Dutch papers. The presentations were give after dinner which was better than the one we had the day before. Our presentation went pretty well and after the presentations it was time to say goodbye to Steve, who thanked us for being such good company and hoped that he would meet us again when he and the group of students who we met the day before would come over to the Netherlands in upcoming October. After the presentations we were given the rest of the evening off. Some decided to go to the pub again and other stayed at Willy Lott?s House. I decided to start working on the report of this trip. It is the last night in Flatford. Tomorrow, on Monday, we will leave for London. The big, busy city will completely be the opposite of the small, quiet Flatford on the countryside. I am not completely sure what to expect of the city.

After we had our last English breakfast we walked to Manningtree Station where we took the train to Liverpool Street Station. Most of us were impressed by the hugeness of this station, which can be compared to Utrecht Central station in the Netherlands. Liverpool Street Station is probably even bigger if you take in consideration that it is also a metro station. We went to the Hostel near Kings Cross via the Underground. The Underground is probably one of the many things that are typical for London. As our rooms weren´t ready yet, we left our luggage in the hostel and decided to go out to explore the city.

I actually immediately noticed that everyone seems to be in a hurry here in London. Trains in the Underground move on within a minute or so, you are asked to stand at the right side of the escalators in order to make it possible for people to run upstairs at the left side and people don´t have got the patience to wait for the traffic lights to turn green. It´s funny by the way that on the streets have been written down to which side you have to look at before crossing the street. It´s useful as there is lots of traffic in London all day and night long.

When you walk around in London you will find everywhere the famous red double-decker busses and many cabs. There seemed to be more of these buses and cabs than or normal cars. It´s understandable though if you consider much traffic there is in London every day and the availability of good public transport services like the Underground, which takes you to any place in London. The Underground system appears to be hard to understand with all its different lines, but when you get to know the system, it probably is the best way to travel through London.


The famous Tower Bridge in London

Our first walk through London started at Tower Hill. I cannot actually remember what we have seen there, but I guess it was the Tower of London. Then we went on to the Tower Bridge, which was much bigger than we had expected. Of course many of us took many pictures. We continued our trip to a. o. things to the Globe, Millenium Bridge, St. Paul´s Cathedral and many other places. From a distance we were able to see the London Eye and the Big Ben. We would take a closer look at both the day after.

After we had been walking through the city, we went to Piccadilly Circus, known from the big screens with advertisements of brands like Coca Cola and McDonalds. We were allowed to walk around in the Piccadilly Circus area to have dinner and to check the shops in the area. The decision where we would eat was quickly made: McDonalds. I thought that I had seen many fast food restaurants in the United States, but they can be find everywhere in London too. After we had had dinner it was time to go to the shops to buy souvenirs and presents for our families. Funny thing with souvenirs is that you always buy lots of them, but they are actually everything but useful. Oh well. After we had done some shopping we decided to go to Starbucks. Some of us didn´t actually even like coffee, but having coffee at Starbuck is something that you should have done at least once in your life. If I did like it? Let?s say I have tasted better stuff in my life.


Piccadilly Circus

After 4 hours of drinking, eating and shopping we went back to the group at Piccadilly Circus. It was time to get back to our hostel. We were tired and our feet were killing as we had been walking for almost 8 hours. Of course we took the Underground again. Back at the hostel we got ready for the night. I think I went to bed at midnight, but it took me hours to fall asleep as it kept being noisy for a long time.

Next morning I woke up early due to the noise of traffic passing by. For your information: our room was next to the road and London is a city that never sleeps. So my first night in London was not really a good one. Found myself an empty shower on the top floor with boiling water. Well ok, it seemed to be boiling that hot was the water. Just after leaving the shower room the fire alarm was set off. It turned out to be a false alarm, caused by the steam of the hot showers on the top floor. So the same showers as I used. Anyway, time for breakfast. No typical English breakfast anymore. All we could get was some toast and cereals. I just had two toast with cereals.

A few things had been planned for today. In the morning we were allowed to do things and visit sights that we liked. My group had already ordered tickets for the London Eye before we left for England, so that we went to the London Eye first. It was there that I found out that I had forgotten to bring my camera with me. So I couldn´t take any photos of neither the London Eye nor the Big Ben, which is close to the London Eye. I bought a single use camera so that I would be able to take some photos, but I actually ended up taking photos with my mobile. The weather was great so we had a great view in the London Eye. London is such a big city that even in the London Eye you can´t see the edges of the city.

The question after we had been to the London Eye was: what to do next? I intended to go to the Imperial War Museum, which has exhibits about both World Wars, but as I had forgotten my camera, I didn´t feel like going. So I decided to go to the hostel first to get my camera and then we would go to the Arsenal Stadium.


Big Ben

After a quick visit to the stadium it was time to meet with the group again at Piccadilly Circus. With the group we again made a walk through the city, visiting places like Trafalqar Square and the National Gallery there. In this museum paintings can be found from John Constable and the famous Dutch painter Van Gogh. We continued our walk and passed a.o. things the heavily guarded Downing Street and the Big Ben. As I had this time my camera with me, I finally could take photos of it. Next stop was Covent Garden. It was there where we had dinner at the Pizzahut. After that there was enough time to see the market stands and to take a look at/listen to the many street artists.


Convent Garden

From Covent Garden it was a short walk to the Dominion Theater. There we would see that night the musical We Will Rock You. The musical has been based on the songs of Queen. The plot is about a world that is being ruled by the Globe or actually Killer Queen and is set in the future. Music is controlled by the state and thus making music on your own is forbidden. However, there are people who are longing back to music from artists like Elvis Presley and Madonna and who want to make music again. Sometimes it was hard to understand what was being said or sung, but it was definitely a good show and the audience, including me, thoroughly enjoyed it. We Will Rock You just is one of the many musicals that play in London. At almost every street corner you can buy tickets for musicals like Chicago, Mamma Mia, Wicked and more for half the original price.

When we came back in the hostel after a long day in the hostel there was an unpleasant surprise for us. When I opened my suitcase I had the feeling that some of my clothes were missing. I actually was sure about it. One of my mates noticed that someone had been messing around in his bag too. We reported this to the supervisor of our hostel, but he didn´t seem like that he was going to investigate it, although he had said he would. Then, when the other guys checked their bags, it turned out that more clothes were missing. Again, we reported to the supervisor, but again very little seemed to going to be done. Only after he had talked to our teachers, he promised to check the surveillance cameras and would check back with us tomorrow.

Next morning I had again been awaken by the traffic early so I decided to get up early to get ready and to pack my stuff as we would leave for home that evening. Like a saying says: time flies when you are having fun. Still we had got some things for today scheduled. Before we left we were told that nothing on the surveillance camera in our hallway could be seen, because it wasn´t set up properly. Or at least that was what they said. To be honest I didn´t believe them. They promised use to do some more investigation and get back to us later that day, but we were already sure that it wouldn´t make any difference and that we just would have to get money back from the insurance.

First thing we would do in London on our last day, Wednesday, was visiting the National History Museum. It is in my opinion not a properly chosen name as the exhibits are mainly about animals, including Dinosaurs, elephants, whales and so on, and for example about volcanoes and earthquakes. However, I thought it was a good museum. We were not given much time to visit the museum, which was a bit of a shame as we could only see a small part of the museum now. Probably, some of the others didn´t mind at all.


Camden Market

We spent the afternoon at Camden Market/Town, a neighborhood where many shops can be found. They were different from the shops at the other places we had seen in London so far. If you need a tattoo, piercing or some spikey clothes, you can find it all there. Our teachers recommended to get something for lunch at one of the many small food shops from various countries instead of McDonalds (we couldn´t find one anyway) or a regular restaurant. When we were walking through the streets with these food shops, almost every owner tried to make us buy something. They started to talk to you, asked were you did come from and they offered free samples. This probably is why it is called a market. We bought something to eat at a shop with food from Thailand. After that It was time to check the many small stands/shops. Various stuff was being sold there: clothes, souvenirs, hats, photos, CD?s and a lot of crap. Name it and you can probably buy it there. The big variety of shops probably explains too why it´s called Camden Market.

After we had been walking around for hours it was time to pick up our luggage at the hostel and to go via the Underground to the train station at Liverpool Street. I didn´t think that the Underground had been designed for people travelling with luggage. Firstly, it is too busy in the Underground and secondly, getting down and up the stairs with your luggage? Let´s just say it is not the best place.


Stena Hollandica

At Liverpool Street Station we got ourselves something for dinner and then we took the train to Harwich Int. Station. From there we departed with the new Stena Hollandica. The ship was brand new and much bigger than the one with which we went on our way to England. Some went to bed early as we had cabins this time and others stayed up for a few hours or even all night long. After I had been working for a while on this report, I decided to call it night early too, as we would have to get up early next morning. I was lucky to have a 2 persons cabin for my own.

For breakfast I decided to have some English stuff for the last time like beacon and has brown. Normally, at home I always had cereals with yoghurt for breakfast and I have to say that I probably prefer that above the English breakfast, although I liked that too. Then it was time to get off the ship and get back to school via a bus, where my dad would pick me up. The 6-day trip to England, or actually Flatford and London, had come to an end.

Looking back at the trip all that I can say is that I had an amazing time and I think everyone else had as well, despite the fact that the one of the group broke her ankle and that some of our stuff got stolen in the hostel. During our trip we had the possibility to meet with English peers and have a chat with them. We've seen some small towns like Dedham and East Bergholt and so we got to see in what kind of houses people in England live. So actually we got to learn something about the daily life in England, the common things. I guess English people like to have regularly a few beers if you consider that everyone town has at least one pub. What did we learn more? We did learn about John Constable, a famous English painter about whom we had never heard before. We actually slept in one of the house he had painted: Willy Lott´s House.


Telephone

We learned something about English values, like saying ?please? when you buy or order something. This was all in the Flatford area and is in contrast with London, a busy city where about 10 million people live. It´s hard to find there a real Englishman as there are so many tourists and people with other nationalities living there. In the same city we have seen many famous sights like the Tower Bridge, the Big Ben, the London Eye, Piccadilly Circus and much more. We have seen the famous red double-decker busses and we travelled via the Underground, not forgetting to mention the red Telephone booths. We have probably seen and done almost everything you should do and see in London.

All in all, it can be said that it has been an amazing experience with a great group and staff. Time flied and I wished we would have stayed a few days longer, even though my feet were killing. Hopefully, I will be back soon in England.

[i]More photos can be found on: [url=http://www.flickr.com/photos/sebastiaancollectie/sets/72157623983548861/]Flickr (c

5 mei: leve de vrijheid!

10 mei 2010, 22:19

Geschreven voor STIWOT (Stichting Informatie WereldOorlog Twee)

5 mei: de dag waarop we vieren dat we in vrijheid leven. Op 13 grote bevrijdingsfestivals wordt het groots gevierd met optredens van vele artiesten, waaronder de ambassadeurs van de Vrijheid. Dit jaar zijn dat: Guus Meeuwis, Junkie XL en The Boris & Wicked Jazz Experience. Eén van die dertien festivals vindt plaats in Wageningen, waar ook het jaarlijkse Bevrijdingsdefilé plaatsvindt. Tot zijn dood werd dit defilé afgenomen door Z.K.H. Prins Bernard. Met de komst van Veteranendag is het belang van het Bevrijdingsdefilé bij Defensie achterop geraakt. De toekomst van het defilé is daarom onzeker.



Voorafgaand aan de officiële opening van het Bevrijdingsfestival vindt er op het hoofdpodium op de Markt een debat plaats over de Nederlandse bijdrage aan vrede en vrijheid wereldwijd. Deelnemers aan dit debat zijn enkele landelijke politici, waaronder Groen Links fractievoorzitter Femke Halsema en demissionair staatssecretaris van Defensie Jack de Vries. Gesproken wordt er over het al dan wel of niet bezuinigen op Defensie en de rol van de Europese Unie en de NAVO. Het is vooral een debat tussen linkse en rechtse partijen. De linkse partijen zijn voor bezuinigingen op defensie in tegenstelling tot de rechtse. Vooral Jack de Vries schudt regelmatig hard nee tijdens het debat, waarmee hij duidelijk toont het niet eens te zijn met wat er over wordt gezegd. Ondanks de tegenstellingen verlaten ze allen lachend het podium.

Om 13.00 uur is het de beurt aan rapper Ali B om het bevrijdingsvuur op de Markt aan te steken. Dit gebeurt op alle bevrijdingsfestival rond hetzelfde tijdstip. Het vuur wordt aangestoken met een fakkel die afkomstig is van het bevrijdingsvuur op het 5 mei plein voor Hotel de Wereld (ook in Wageningen) waar het Duitse leger op 5 mei 1945 capituleerde. Het vuur wordt d.m.v. lopers naar 140 plaatsen door heel Nederland verspreid. Lopers van de lokale atletiekvereniging brengen het vuur naar de Markt, waarna Ali B samen met één van de lopers het vuur aansteekt. Het gaat wat moeilijk en de vlammen doven weer binnen enkele minuten.

  

Nadat het bevrijdingsvuur is aangestoken barst het feestgedruis op de Markt los. Ali B is ook gelijk de eerste die het podium betreed. Hij brengt meerdere van zijn oude hits ten gehore waaronder Leipe Mocro Flavour, Rampeneren een Eeyeeyo. Die dag zullen ook nog andere optredens worden gegeven door Di-rect, VanVelzen en X Factor-winnares Lisa Loïs. Ook ambassadeurs van de Vrijheid the Boris & Wicked Jazz Experience zullen een optreden geven. In totaal zijn er op 14 podia in het centrum van Wageningen de hele dag door optredens van artiesten, bands, dansgroepen en meer.

  

Het feestgedruis vormt een groot contrast met de sfeer op terrein de Dreijen. Gezellig is het er wel. Op het terrein is er van 10.00 tot 16.00 uur een historisch publieksprogramma. De klanken van diverse muziekkorpsen galmen over het terrein heen. Op het terrein lopen tientallen veteranen rond uit zowel binnen- als buitenland en ook opvallend veel Canadese scholieren, te herkennen aan de rode jackets en Canadese vlaggetjes. In een static-show staan tientallen Amerikaanse, Britse en Nederlandse legervoertuigen opgesteld. Ook de STIWOT-stand is er weer te vinden zoals afgelopen jaar. Als ik rondloop op het terrein zie ik veteranen zichtbaar genieten van de aandacht die ze krijgen. Sommigen praten met geïnteresseerden. Ik zie een veteraan in zijn jaszak zoeken naar iets voor een kind waarmee hij praat. Anderen zijn te vinden in de tenten waar ze met elkaar een biertje drinken.

Langs de route van het Bevrijdingsdefilé heeft een grote menigte zich verzameld. Op sommige plekken staan de mensen rijen dik. "Het is drukker dan voorgaande jaren", merkt een man naast mij op. Mensen staan langs de weg klaar met de Canadese vlaggetjes die de hele dag zijn uitgedeeld door de Canadese scholieren in de hand. Ze hebben hun camera?s op scherp. Het mooie weer draagt bij aan de gezellige sfeer onder het publiek. Kinderen spelen op straat nu het defilé nog niet is begonnen.



Rond 15.45 uur komt het defilé op gang. Het defilé bestaat voornamelijk uit WO2-veteranen (uit binnen- en buitenland). Daarnaast lopen ook actieve Nederlandse en geallieerde militairen en de zogenoemde ?themaveteranen? mee. Dit jaar zijn dat deelnemers aan vredesmissies en Nieuw-Guinea. Ook STIWOT-medewerker Lars van Lier loopt mee. Tussen de militairen en veteranen door lopen verschillende muziekkorpsen, waaronder veel "Pipes and Drums"-bands. Doedelzakken en trommels dus. De veteranen die slecht ter been zijn rijden mee met de authentieke legervoertuigen. Sommigen echter gaan te voet, hoe moeilijk dat ook gaat. Het is aandoenlijk om ze zo te zien. Ze zijn echter vastberaden en laten zich niet kennen. Respect.

De veteranen genieten zichtbaar van alle aandacht tijdens het defilé. Velen zwaaien terug vanuit de voertuigen naar het applaudisserende publiek. De veteranen, en hun familie, zwaaien met vlaggetjes, sommigen met bloemen. Eén van de veteranen is zo druk bezig om zijn bloemetjes goed bij zijn vlaggetje te stoppen dat hij vergeet te zwaaien. De veteranen schudden rijkelijk de hand met kinderen die langs de route staan en naar voertuigen rennen. Sommigen nemen zelfs even de tijd om op de foto te gaan. Daarna vervolgen ze hun weg naar het defileerpunt bij Hotel de Wereld. Op het defileerpunt nemen staatssecretaris van Defensie Jack de Vries, IGK Generaal-majoor A.C. Oostenoord en Minister of Veterans Affaris van Canada J.P. Blackburn het defilé af.

  

Aan het eind van het defilé loopt een deel van de Canadese scholieren mee n.a.v. het thema van het defilé van dit jaar: "Vrijheid wereldwijd". Ze dragen grote doeken waarop handen zijn getekend en geplakt. Daarin staan de namen van soldaten. Op de doeken staan ook leuzen als "Support our troops". Ze delen aan de mensen langs de route (nog meer) Canadase vlaggetjes en speldjes met een Canadase vlag uit. Rijkelijk laat: de veteranen zijn inmiddels allemaal al gepasseerd. Ik steek het vlaggetje maar in mijn jaszak en doe het speldje op mijn tas.

Vrijheid werd er massaal gevierd in Wageningen: met muziek op de verschillende podia en het bevrijdingsdefilé door de stad. Het feest gaat nog een paar uur door nadat ik Wageningen verlaat. Het is 5 mei. Het is Bevrijdingsdag. Leve de vrijheid!

4 mei: herdenken

10 mei 2010, 22:12

Geschreven voor STIWOT (Stichting Informatie WereldOorlog Twee)

De Nationale Dodenherdenking vindt al sinds lange tijd elk jaar plaats op 4 mei bij het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam, vooraf gegaan door een herdenkingsbijeenkomst in De Nieuwe Kerk. Jaarlijks wonen ongeveer 20.000 mensen de herdenking bij op de Dam, miljoenen volgen het op de TV. Hoewel het al 65 jaar geleden is dat de Duitse bezetter op 5 mei in Hotel de Wereld in Wageningen capituleerde, blijft het draagvlak voor Dodenherdenking groot.



Het accent van de Nationale Dodenherdenking is in der loop der jaren verschoven. De eerste jaren na de oorlog werden alleen de Nederlandse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog herdacht. Sinds begin jaren zestig is de Nationale Dodenherdenking niet enkel meer gericht op slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, maar worden ook Nederlandse slachtoffers uit latere oorlogen en vredesoperaties herdacht op de avond van 4 mei.

Draagvlak

Sinds 1990 laat het Nationaal Comité jaarlijks een onderzoek uitvoeren naar het draagvlak onder de Nederlandse bevolking voor 4 en 5 mei. Dit draagvlak bleef de afgelopen jaren onverminderd groot, zo ook dit jaar. Het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2010 laat zien dat 80% van de bevolking de herdenking op 4 mei belangrijk vindt. De jaarlijkse dodenherdenking blijft voor mensen een moment om respect te tonen voor oorlogsslachtoffers, een moment waarbij stil wordt gestaan bij de gevolgen van de oorlog en een moment waarop men zich realiseert dat vrede en veiligheid levens kosten.

Een onderzoek uitgevoerd door opinieblad Elsevier i.s.m. ResearchNed laat zien dat de interesse onder de jongeren voor de Tweede Wereldoorlog verassend hoog is. Volgens meer dan 300 docenten van middelbare scholen vindt 81% van de jongeren de periode over de wereldoorlogen het meest interessant. Een 7,9 is het cijfer dat docenten toekennen aan de interesse van jongeren over de Tweede Wereldoorlog. Het Nationaal Vrijheidsonderzoek sluit op deze resultaten aan. Op een vijfpuntsschaal kennen de ondervraagde jongeren 4,1 punten toe aan het belang van de Dodenherdenking.

Dodenherdenking, en de oorlog, leeft dus, ook onder jongeren.

De herdenking

De Dam staat voor een groot deel al vol op het moment dat ik er aankwam. Met veel moeite weet ik een redelijk plaatsje te bemachtigen waar vandaan ik nog zicht heb op het monument. Het is dan wachten op Hare Majesteit de Koningin en haar gevolg. Mobieltjes en camera?s maken vele foto?s als ze langsloopt op weg naar het Nationaal Monument. Kijkend naar de grote schermen waarop de herdenking getoond wordt, lijkt het in dit lustrumjaar drukker dan voorgaande jaren.
De Dodenherdenking begint. De eerste krans wordt zoals ieder jaar gelegd door Koningin Beatrix en Kroonprins Willem-Alexander. Ze staan even stil bij de krans alvorens hun positie voor het monument weer in te nemen. The Last Post wordt dan geblazen. Na de laatste noot slaat het carillon in het Paleis op de Dam acht keer. De twee minuten stilte zijn begonnen. Ik denk aan de Amerikaanse soldaten wiens graven ik heb geadopteerd: Lawrence F. Shea, Charles G. Brinkley en Richard A. Wertheim. Hun namen noem ik mijn gedachten op.

  

Tijdens de 2 minuten stilte hoor ik het geluid van vliegtuigen in de lucht. Terwijl het luchtruim leeg zou zijn om 20.00 uur. Ik maak me er druk om. Plotseling begint er iemand hard te schreeuwen. ?Dat meen je niet?, dacht ik. ?Wat respectloos.? Ik hoor een knal, waarna er enkele seconden niets lijkt te gebeuren. De menigte raakt dan in paniek en iedereen begint te rennen. Met een verschrikte blik in de ogen zie ik mensen op mij afkomen. Ik begin, net zoals de mensen om mij heen, mee te rennen. "Koninginnedag 2009" flitst er door mijn hoofd heen. Terwijl ik ren zie ik in mijn gedachten een auto door het publiek aankomen. Aan de rand van het plein staat men geschokt op een hoop. Een paar meter voor mij liggen mensen op de grond die door het gedrang over elkaar zijn gestruikeld. Naast mij barst een vrouw in huilen uit. "Toch niet weer! Waarom?!" Ik probeer op de grote schermen te zien wat er gebeurd is. Ik zoek naar een auto, maar zie hem niet. Wel zie ik dat de Koninklijke familie verdwenen is en dat er mensen op het middenpad staan. Na enkele minuten spreekt de voorzitter van het 4 en 5 mei Comité de Dam toe: "Er is iemand onwel geworden. Over een paar minuten wordt de ceremonie hervat." De menigte komt dan weer enigszins tot bedaren en gaat weer naar hun oude plekken terug.

De herdenkingsceremonie wordt hervat. Luid applaus is er voor de Koninklijke familie als zij weer terugkeren. Het Wilhelmus wordt ingezet. Gezang hoor ik om mij heen niet. Een opnieuw luid applaus aan het einde wel. Mensen kunnen hun aandacht maar moeilijk bij de ceremonie houden. Er wordt al druk gespeculeerd over wat er is gebeurd. Ik heb zelf enige tijd nodig om bij te komen van de schrik. Nog natrillend probeer ik foto's te maken van de schrijver en voordrager van het "Dichter bij 4 mei" gedicht, Luc Stefelmanns. Minister-president Balkenende spreekt tijdens zijn toespraak kalm, alsof er niets is voorgevallen. Hij spreekt over Miep Gies, de vrouw die de onderduikers in het Achterhuis, waaronder Anne Frank, hielp. Ze is een voorbeeld van wat sommige gewone mensen deden tijdens de oorlog. Verder worden er nog verscheidene kransen gelegd bij het Nationaal Monument, waaronder door de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer. Als laatste zijn het schoolkinderen die een roos neerleggen bij het monument. Koningin Beatrix wordt gevraagd het defilé te openen. Zij wordt gevolgd door een grote stoet van genodigden, waaronder politici als Groen Links lijsttrekker en fractievoorzitter Femke Halsema en oud-premier Wim Kok.

  

Een merkwaardige Dodenherdenking kwam hiermee ten einde. Een dodenherdenking waarin een moment van stilte voor slachtoffers zo abrupt en respectloos werd verstoord. Als ik de Dam verlaat kom ik langs een restaurant waar gewonden verzorgd worden. In de trein wordt er veel over gesproken door mensen die ook op de Dam aanwezig waren. Via de media bereikt ons nu meer informatie. Nu krijgen wij eigenlijk pas een goed beeld van wat er gebeurde. Het ongeloof bij mensen blijft groot.

Zal de Dodenherdenking op de Dam nog hetzelfde zijn de komende jaren? Zal de angst nu helemaal de mensen inkruipen? Of ik er volgend jaar weer ben op de Dam? Nu ben ik er nog niet zo zeker van. Aan het belang dat ik, en met mij vele andere Nederlanders, hechten aan de Dodenherdenking, ligt dat echter niet.

Website vernieuwd

25 dec 2009, 00:49

Al ergens in begin augustus was ik begonnen met een nieuw design voor mijn website. Was ook wel weer eens tijd nadat ik al tijden niks meer aan de website had gedaan en moest de website toch al updaten om de artikelen n.a.v. mijn reis naar de States erop te zetten. Dus ben toen ooit eens begonnen en heb het eigenlijk laten liggen omdat ik er geen tijd voor had, maar nu het vakantie is toch de website eindelijk afgemaakt. Qua inhoud is er niet overdreven veel nieuws bijgekomen. Dit zijn voornamelijk de nieuwe artikelen en foto's van Dordt Open Stad 2009, Memorial Day 2009 en de 65e herdenking van Operation Market Garden. Ben benieuwd wat jullie ervan vinden!

http://www.sebastiaancollectie.nl

Zo, was ie eerst:


En zo is ie nu:


Ik heb de website al nagekeken op fouten en op drie plaatjes na die het om een of andere reden niet doen moet alles het werken. Mocht je toch nog iets tegenkomen hoor ik het graag. ;-)